HOME waterstad logomini
E-MAIL
  UNIVERSITEIT LEIDEN   Universitaire bibliotheek Leiden GILDE LEIDEN
 
 

 

KERSTVERHAAL

 
       Maria had het verhaal van de onbevlekte  ontvangenis                                      
          verzonnen om haar moeder om de tuin te leiden.
Dat was natuurlijk de smoes van de eeuw!
Hoe was het begonnen?
Ze had Jozef al vaak gezien als ze met haar zuster naar de markt ging. Hij stond altijd buiten te werken bij de timmermanswerkplaats als het mooi weer was.
Als er toen al Hells Angels bestaan hadden had hij er zo bij gekund!
Hij droeg altijd kalfsleren kleren die hij zelf maakte.
Een mooie kiel, waar hij koperen beslag op liet maken door zijn vriend de smid om de kleren bij elkaar te houden(De naaimachine was immers nog niet uitgevonden in die tijd door Dhr Singer ,een Jood trouwens, maar dit terzijde).
Hij was geen bijzondere man, eigenlijk. Hij was groot, met mooie groene ogen, een harde mond, kleine billen en halflang bruinhaar.
Hij had grote handen en zag altijd bruin van de zon. Geen vierkante kin (we schrijven in de tijd ver voor Barbara Cartland immers).
Maria was een heel gewoon meisje, klein, met frisse blauwe ogen een kleine mond en vollemaans billen.
Op een warme zondagmiddag had hij haar omzichtig meegevraagd uit wandelen naar het meer achter de olijfbomen.
Het was er aangenaam in de verzengende namiddag onder de olijfbomen. Er stortte een koele waterval over gladde rotsen in het meer.
Dat was eigenlijk het enige geluid wat ze hoorden en het ondeugende geluid van kleine kwetterende vogels.
Ze trokken hun kleren uit en liepen het meer in. Maria nog wat verlegen met een arm over haar borsten en de andere voor haar buik.
Jozef liep ongewoon rustig het meer in. Het was onwaarschijnlijk koel. Even later ging
Maria op het stugge warme gras liggen en spreidde haar lange haren als een krans om haar hoofd om te drogen.
Lieve help! Het was net een engel.
Jozef ging rustig naast haar liggen (hij had zichtbaar geen last van het koude bergmeer) en legde zijn koele hand op haar zonnige buik.
Hij zag haar mond opengaan. Zij voelde een vreemde kramp in haar maag, haar mond werd droog.
Wat er toen gebeurde, lieve lezer, kun je natuurlijk allang zelf verzinnen. Waarom uitwijden over het alom bekende?
Het werd een lieve, onhandige, voorzichtige vrijpartij, maar alleszins bevredigend voor beide partijen natuurlijk.
Ze liepen naar huis hand in hand en konden een stralende glimlach niet onderdrukken. Een paar maanden later ( negen om precies te zijn) werd Jozef ontslagen en ging met
Maria op zoek naar werk in de
dichtstbijzijnde grote stad (Jawel Bethlehem).
Wat was het er druk. (Hoe konden die mensen al weten dat het Kerstmis was?)
maar nee, er was een grote jaarmarkt aan de gang. Ze hadden uren gelopen en eigenlijk best wel moe.
Alle kroegen en herbergen waren vol. Uiteindelijk mochten ze overnachten in een stal
(hoe idyllisch).
Jozef had onderweg een ezel geritseld (bij gebrek aan een Harley Davidson) en zijn dodelijk vermoeide vriendin erop gezet.
Hij ging eerst naar de markt en kocht er olijven, melk, brood, kaas, wijn en gedroogde
paddestoelen. Voor de ezel water en haver.
Toen hij terug kwam lag Maria in het stro met een piepklein kindje in haar armen.
Hoe kan zo'n kindje zo schoon zijn zeg! Daar  verbaasde hij zich over. Bevallen in een stal zonder water of wat dan ook!
Geen spettertje bloed te bekennen daar in die kribbe. Zelfs niet aan die kleine roze
garnalen vingertjes van het wurm.
En Maria ook zo schoon als een onbevlekte maagd!
Tot Jozefs stomme verbazing stonden er drie koningen bij Maria.Waar kwamen die in
Godsnaam vandaan?
(Over God gesprokens trouwens, hij heeft ons geschapen naar zijn evenbeeld volgens de verhalen. Wat een verbeelding heeft die man zeg!
Wij hebben hem geschapen naar ons evenbeeld.
Een man met een jaren 60 kapsel (zijn tijd zeer ver vooruit dus). Scheiding in het midden. Een ring door zijn neus misschien?
Wie het weet mag het zeggen.
En dan die geile blauwe ogen en dat enge kleine mondje. De eerste nicht natuurlijk). Maar waar was ik gebleven?  Oh ja, de Koningen!
Wat hadden die (on)wijzen meegebracht voor het wurm: mirre,
wierook en goud. Nou vraag ik je!
Erg praktisch waren ze niet, die koningen! Waarom bijvoorbeeld geen luiers, kleren en babyvoeding, dat was handiger geweest.
Ze noemden het kind Jezus Antonio en Jozef plakte er zijn familienaam Samarance aanvast.
Dat klonk leuker vond hij.
Vele eeuwen later moest de hopman van het IOC voor de Amerikaanse commissie uitleggen, waarom er in zijn sportieve groepje zoveel gesnoven en gespoten werd.
Maar hij had er een wereldsmoes voor (al weer).
Hij vertelde van zijn verre, verre voorvaderen Jozef en Maria.
Jozef had na de bevalling een dikke sigaret met daarin gedroogde paddo's, mirre met wierook gedraaid voor Maria en die haar laten oproken. En raad eens wat?
Ze knapte er van op en zat opeens vol fantastische verhalen, waar de honden geen brood van lusten.
Een wereldmiddeltje.
En zo is dit het verhaal van de Olympische ploeg en van de geboorte van het kindeke
Jezus.

JOGRO

logo

Alle rechten voorbehouden.Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden
gemaakt  in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de uitgever.